tubantia
‘Ik woon in een dikke eikenboom’
‘Jongens en meisjes, de voorstelling van kabouter Pierelier gaat zo beginnen’, klinkt het zaterdagmiddag in het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer. ‘Als je nog naar de wc wilt, moet dat nu gebeuren.’
NIJVERDAL - Er ontslaat een run richting toiletten en daarna zoeken de kinderen een plaatsje op een van de veertig stoelen in de zaal. Twee voorstellingen houdt de kabouter deze middag voor kinderen van 4 tot 7 jaar en beide zijn uitverkocht. Er zijn veel ouders bij. Zij moeten achterin de zaal plaatsnemen. ‘Japper de papper de pom pom pom’, roept een vrolijke stem ver weg. Nieuwsgierig draaien de kinderen zich om. ‘Komt er zo’n klein kaboutertje?’ vraagt een jongetje aan z’n moeder. Uit z’n handgebaar blijkt dat hij een mannetje ter grootte van een luciferdoosje verwacht. De stem klinkt steeds dichterbij. Daar verschijnt Pierelier, het prototype van de gangbare kabouter, compleet met rode laarsjes, muts en jackje en een groene broek. Zelfs zijn lengte heeft hij mee. Hij is niet veel groter dan de kinderen. Verbazing valt van hun gezichten te lezen. ‘Je hebt kabouters in alle soorten en maten’, legt Pierelier uit. ‘Sommigen passen echt in een paddestoel, maar ik woon in een grote, dikke eikenboom.’ Voordat hij plaatsneemt op z’n rood/witte paddestoelkrukje ontlokt hij bij de kinderen het luidkeels zingen van ‘Op een grote paddestoel’. Oprecht verbaasd roept hij: ‘Kennen jullie daar een liedje van?’ Omdat een paddestoel blijkbaar ‘krak’ kan zeggen als je erop gaat zitten doel hij dat heel voorzichtig. Muisstil wordt het en de acteur Pierelier bereikt precies wat hij wil. De kinderen nemen hem beet door zachtjes ‘krak’ te zeggen.
Gaandeweg de voorstelling blijkt de kabouter te beschik ken over diverse muzikale gaven en veel gevoel voor kinderzieltjes. Hij probeert ze er allemaal bij te betrekken, ook de kinderen met wat minder lef. De grootste durfals wijst hij af en toe fijnzinnig op hun plaats.
Hij laat de kinderen dansen en zingen, dierengeluiden maken en fluiten. Hij doorspekt z’n optreden met kleine wetenswaardigheden uit de natuur en reageert op de opmerkingen van de kinderen.
Na een klein uurtje vertrekt hij weer. Als de kinderen naar buiten gaan, is Pierelier al in geen velden of wegen meer te bekennen. ‘Hij is vast al weer het bos in’, zegt een meisje met spijt in haar stem. ‘Naar z’n boom.’
Verschenen in: Tubantia, 3 maart 2002